Robbie Hageman is fulltime-kickbokser, heeft een sponsor en verdient aan start- en prijzengelden op gala's en wedstrijden. Dat leven van trainen en wedstrijden bevalt hem goed, maar hij wilde graag meer: een maatschappelijke opleiding en zekerheid. Robbie is de enige kickbokser aan de Johan Cruyff University Tilburg: "Ik zit in een klas met merendeels voetballers, wielrenners, en verdere studenten uit vele diverse sporten zoals squash, biljart, tennis en volleybal."
Robbie vindt de combinatie studie en sport pittig. "Twee volle dagen in Tilburg op school. Maandag, dinsdag en vrijdag twee keer per dag trainen, plus woensdag- en donderdagavond. In het weekeinde meestal weer studeren." Zijn trainingsprogramma is intensiever dan dat van zijn medeleerlingen. Maar de kickbokser wil met zijn studie iets bewijzen: "Ik weet dat de vechtsport vaak negatief wordt geassocieerd met criminaliteit. Ik wil laten zien dat het anders kan. Ik ben een gewone jongen uit een net gezin die ook nog studeert."
Robbie relativeert de ophef over vechtsportgala's: "Natuurlijk komen er verkeerde mensen kijken, maar die zitten bij Ajax ook op de tribune." En Robbies manager is Ron Niqvist, die een gevangenisstraf uitzit en zo het negatieve imago van de sport lijkt te bevestigen. Maar Ron zegt desgevraagd dat de sportschool en zijn levens-ervaring juist veel jongeren kunnen redden van een criminele carrière. "Ik bel meestal met ze, vaak voor de wedstrijd. Mij geloven ze. Ik weet als geen ander hoe ik die jongens moet waarschuwen om niet in de fout te gaan."
Robbie Hageman werd in 2008 in Japan, op een groot jeugdtoernooi, ontdekt door trainer Cor Hemmers van Golden Glory in Breda. Die sportschool levert al jaren kampioenen af, onder wie Alistair Overeem, Sem Schilt en Gökhan Saki. En Robbie Hageman? Die was erbij in Japan. "Ik heb die jongens geholpen met de voorbereiding." Sparren dus, en dat voor een lichtgewicht van 69 kilo? "Ja", lacht de JCU-student sportmarketing, "dan krijg je flinke klappen, ook al zijn die mannen voorzichtig met mij. Maar ik leer er veel van. Zij geven veel low kicks, daar word je hard van op de benen. En leverstoten. Als ik nu een klap krijg van iemand van 70 kilo, heeft dat minder impact."
Robbie wilde net als zijn vader voetballer worden, bij Eindhoven. "Maar mijn pa zei: dat wordt 'm niet. Jij hebt schrik voor de bal." Robbie stapte op zijn twaalfde over naar thaiboksen. Hij vecht zes tot acht wedstrijden per jaar. "Je moet je telkens minstens een maand voorbereiden. Bij elke wedstrijd loop je schade op. Die moet herstellen." Het meeste last heeft hij van scheenblessures. "Op training trap je je schenen gevoelloos. In een partij voel je door de adrenaline niks, zeker niet als je wint. Maar daarna is alles bont en blauw." Hageman accepteert de pijn. "Ik wil altijd winnen. De beste ter wereld worden in de K1-klasse onder de 70 kilo, dat is mijn drive."




