Coach daagt klant uit - Jacques Brinkman

De Telegraaf 20-5-2011

Koninginnedag 2010 zal ik niet snel meer vergeten. 30 april 2010 werd ik als coach van SCHC op non-actief gesteld vanwege teleurstellende resultaten. Wat volgde was een leerzaam en uitdagend jaar van zelfreflectie, waarin de MIC (Master in Coaching) een belangrijk onderdeel was. De MIC, die ik dankzij Telesport heb kunnen volgen, heeft mij onder andere nieuwe inzichten in het proces van coaching verschaft. Dit proces van coaching kan een blauwdruk zijn om onze Olympische ambities op korte termijn (Londen 2012) en lange termijn (Olympisch Plan 2028) vorm te geven.

Coachen is voor mij een begeleidingsvorm waarbij de coach (bijvoorbeeld NOC*NSF) de klant (onder andere sportbonden en de Nederlandse bevolking) zowel uitdaagt als ondersteunt in een ontwikkelingsproces dat toekomst gericht is, door de klant zelf wordt gestuurd en aansluit bij de concrete context van de klant. De coach adviseert niets, helpt niet en is waardevrij. Ik weet van mezelf dat mijn uitdagende kant als coach sterker is dan mijn ondersteunende kant. Daar is niets mis mee, maar ik heb daar zelf nooit zo bij stil gestaan.Vanuit deze definitie van coachen onderscheid ik vier fasen: focus, perspectief, route en bewegen.

De eerste fase is de focus fase. Wat speelt er allemaal? Waar lopen we nu tegenaan? Wat willen we oplossen? Wat willen wij nu echt? Wat willen wij als Nederland organiseren? Wie wil wat organiseren? In de focusfase formuleert de klant de coachvraag. De coachvraag die de klant (Sportbonden, Nederlandse bevolking) eerst helder moet hebben, voordat klant en coach (NOC*NSF) naar de perspectief fase kunnen gaan. Stel je nu eens voor dat de Olympische Spelen in 2028 in Amsterdam worden gehouden. Als het onvoorstelbare zou gebeuren, hoe ziet dat er dan uit? Wat zou er geweldig zijn? Wat is er dan anders dan vandaag? Allemaal vragen uit de ‘’perspectief fase’’ van het coachtraject.

Wanneer de Sportbonden en de Nederlandse bevolking een sprekend en concreet toekomstbeeld hebben verankerd in de perspectief-fase, kunnen we overgaan naar de routefase. Welke stappen zou je kunnen zetten om je droom of perspectief te kunnen realiseren? Bij welke route hebben we het beste gevoel? Welke route kiezen we? Wat wordt nu de eerste stap? Tenslotte komt de fase van bewegen. Wanneer zetten we de eerste stap? Wie moet hiervan op de hoogte zijn? Welke hulp is nodig? Voorbeelden van de bewegingsfase zijn bijvoorbeeld de jaarlijks terugkerende Nationale Sportweek en de oprichting van het Topsportteam 2028. Hoe staat het anno mei 2011 met de coachvraag in relatie tot onze Olympische ambities? Wat is er blijven liggen dat nu nog aandacht nodig heeft?

Wanneer NOC*NSF als coach onze Olympische ambities vormgeeft vanuit de mensvisie dat ieder mens (land) uniek is en potentieel heeft en dat van daaruit letterlijk alles kan ontstaan, zijn de Olympische Spelen van 2028 in Amsterdam in één keer heel dichtbij.

Jaqcues-Brinkman.jpg
Jacques Brinkman

Jacques Brinkman geldt als één van de beste Nederlandse hockeyers ooit. De 44-jarige Utrechter speelde 337 interlands, werd tweemaal met Oranje wereldkampioen en won twee keer goud op de Olympische Spelen. Na zijn spelerscarrière coachte hij ondermeer SCHC en Laren. Studie: International Program in Coaching.

Jaarlijks reikt Telesport jonge sporters de hand door twee opleidingen beschikbaar te stellen aan het Johan Cruyff Institute for Sport Studies. Wekelijks geeft één student, zoals Jacques Brinkman hier gedaan heeft, via de column 'Na de Masters' zijn of haar visie geven op de Nederlandse sport en de studie aan het Johan Cruyff Institute.

Studieprogramma's aan het Johan Cruyff Institute for Sport Studies Amsterdam voor iedereen met een passie voor sport:
- Master in Coaching
- International Master of Sport Management